Welkom
Eigen teksten
Nomadologie
Contact
Links
NOMADOLOGIE
de website over het Grote Zwerven
Eigen teksten

Ø  Het grote zwerven of dat nomadisch verlangen of de vlucht of de ontsnapping, het is 'een representatie van leven'.

Er vorm en inhoud aan geven doet haar van binnenuit kennen, de beweeglijkheid,  het cyclische, het non-lineaire, het laat het fixatieve los, geeft lucht en ruimte, doet vrijer ademen. Het onthaast, zet je in een tragere verhouding tot de tijd. Het keert je anders naar binnen, anders naar buiten, omdat van dat alles meer mogelijk is. Het zet je ruimtelijk in beweging, het liefst traag, voor jaren, in een continuüm van verlangens, beslissingen en ervaringen, van het een naar het ander, als 'flow', die het schijnbaar geregelde ontregelt, die de schijnbare orde verstoort. Je bent op reis.

 

Het nomadisch verlangen is geen ongebondenheid, is geen vrijheid of onafhankelijkheid. Het is geen reactief verlangen vanuit een gesetteld, vastgelopen leven vol verplichtingen en gewoonten, een reactie op een verstikkend sociaal netwerk, op een overvolle agenda, op symptomen van een burn out. Dat ze zich vooral dan kan opdringen, duidt op de mate waarin het fixatie­ve zich in iemands leven lineair heeft uitgestrekt, tot in elke vezel van lijf en leden blijkbaar, tot in elke uithoek van een bestaan.

 

De hegemonie van het lineaire heeft het nomadisch verlangen verklaart tot niet oorspronkelijk, niet eigen aan onze samenleving. Het zou alleen behoren tot primitieve, nomadische volkeren, tot armoe, tot extreme landschappen, tot randfiguren, anarchie. Onder nomadisch levende volkeren zou het nomadisch leven als verlangen vals zijn, geromantiseerd door westerlingen, als leugens beschreven door reizigers.

 

En als het zich dan voordoet in onze samenleving dan wordt het benoemd als vlucht uit de werkelijkheid. Alsof die zou bestaan. Of wordt het verlangen gepsychologiseerd als een tijdelijke zoektocht naar jezelf waarvan je straks weer thuis komt, om daarna, gelouterd of niet, je normale leven weer op te pakken.

 

Eenmaal gevoeld en op welke manier dan ook geleefd, zal het nomadisch verlangen zich nooit meer laten ontkennen. Ze zal altijd voelbaar blijven, doen dromen en fantaseren. Het zal altijd zichzelf willen, zich willen uitdrukken en zich inhoud geven. Ze zal altijd als heimwee aan het lineaire leven trekken, het uitdagen en verstoren. Het lineaire zal nooit meer alleen maar vanzelfsprekend zijn.

 

Tot het moment dat het verlangen weer mag en losgeslagen, ontdaan van alles wat haar gevangen hield, de ruimte kiest, de tijd in mag en je opnieuw meeneemt de seizoenen in.

 

Ø  Het meest fundamen­tele, oorspronkelijke kenmerk van leven, van alle vormen van leven, is dat het continue in beweging is. Phanta Rhei.

Niets blijft hetzelfde. Soms zijn stadia van schijnbare stil­stand, perioden van schijnbare onveranderlijkheid te herkennen, maar nooit perma­nente. Het zijn altijd noodzakelijke of toevallige perio­den van aanpassing, groei of verval.

Voorwaardelijk voor die continue beweeglijkheid van leven is een intrinsieke tendens om die beweeglijkheid te fixe­ren.

In symbiose levende, complementaire delen van een geheel die tevens soms tijdelijk oppositioneel zijn, als kenmerk van leven. Om leven mogelijk te maken.

Alle vormen van leven zijn door­trok­ken met de spanning tussen die specifieke, complementaire delen van een geheel en zo is de psycholo­gie van ons bestaan.

 

Als ik de mensheid laat beginnen met de komst van Homo Habilis, dan was 98% van onze tijd op aarde bepaald door de cyclische mobiliteit van de seizoenen, door de permanente verandering van landschappen, van de klimatologische omstandigheden. We waren in die 98% van onze tijd op aarde, zoals elke andere vorm van leven, een integraal deel van het natuurlijke milieu.

We leefden in een vereenzelvigende oriëntatie op het milieu, gekarakteri­seerd door een zwervend bestaan, door zoektochten naar voed­sel, onderkomen, door strategieën van ruimtelijke mobiliteit. Alles was integraal deel van de mobiliteit van de natuurlijke, non-lineaire wereld waarin we leef­den.

 

Groepen jagers en verzamelaars vestigden zich vervolgens en verlegden hun economische activiteit meer en meer naar de landbouw.

Inherent aan deze ontwikkeling werd een posi­tie van groeiende hegemonie van het fixatieve als intrinsieke tendens in de mobili­teit van leven.

Het lineaire, met datgene wat haar fixatief bepaalt in haar representaties, groeit in een positie van toenemende hegemonie in haar relatie tot het cyclische, tot de cycli­sche, non-lineaire mobiliteit van leven.

We immuniseren ons meer en meer tegen de cyclisch bepaalde representaties van die non-lineaire mobiliteit. We immobiliseren zoveel mogelijk van die representaties, nemen er in toenemende mate controle over.

 

De meest fundamentele karakterisering van 98% van ons bestaan op aarde wordt gewijzigd in haar complement. De fixatieve tendens als inherent deel van de cyclische, non-lineaire mobiliteit van leven is niet langer een voorwaarde voor die mobiliteit, het cyclische is dat voor het lineaire.

Het fixatieve van die lineaire mobiliteit als geweld tegen diversiteit, als monotheïsme, als gedwongen sedentarisatie van nomadische volkeren, als globalisering.

 

Ø  Ik leef, zwerf en reis en het is alsof de natuur zich heeft versnipperd in het grenze­loze van mijn ziel, zich heeft gereproduceerd in de verschei­denheid ervan.

Ik leef, zwerf en reis over de wereld en hoe daar de continue strijd om macht tussen vuur, water, wind en aarde manifest is en zich aan me voordoet.

In mij leeft een nomadisch verlangen en ik leef dat verlangen tot in uithoeken van continenten en van wie ik ben.

Zoveel is deel van dat verlangen. Ook heimwee. Van duizenden jaren. Ingeprent in mijn genen en herinnering. Van honderdduizenden jaren. Heimwee naar wat definitief verloren is gegaan: de mens in een “total environment”, waar de natuur en zijn leven, in alle facetten van zijn bestaan, een inclusief milieu vormen.

 

Ø  Cyclische mobiliteit is veranderlijk bepaald in verscheiden­heid, in verschil. In het natuurlijke van het symbiotische, het complementaire, de samenhang, het afhankelijke, het interculturele, het intermediaire, het tussen, het tijdelijke.

Lineaire mobiliteit is fixatief bepaald in eenduidigheid, in oppositie, het permanente, in de dominantie van cultuur en landschap over de natuur.

 

Ø  Verscheidenheid als deel van een continuüm is alleen uit te drukken in het tijdelijke, het veranderlijke van het verschil. Het lineaire drukt zich uit in het permanente van het ver­schil, in het fixatieve ervan. Daar wordt gedefinieerd in de begrenzing, in het in zichzelf besloten liggende, in het perma­nente en oppositionele.

 

Ø  Een cyclisch leven gaat om levensfasen, om levensprojecten. Het gaat om het volgen van je levensseizoenen. Om in je verscheidenheid vorm en inhoud te geven aan groei en verlan­gen. Om krachtig, moedig en vol van wil tot macht over je eigen leven te worden, te worden, te worden…….en niet te zijn.

 

Ø  De cyclische mobiliteit van de seizoenen centreerde zich om de hut van de gesedentariseerde boer. Dat werd het gefixeerde punt in een beweeglijke, verande­rende wereld. De lineaire mobiliteit van leven met de inherente dominantie van het fixatieve kreeg daarmee zijn eerste punt. Later volgden er meer: de tempel, het graf, de priester, de koning, de god, identiteit, moraal, waar­heid, religie, ideologie, de staat.

 

Ø  De blik van de jager en verzamelaar die delen zag van een geheel werd de blik van de boer die het landschap in stukken deelde en begrensde. Die op den duur niet langer de inherente samenhang zag, de afhankelijkheid en verbondenheid van dat wat zich in het landschap van elkaar onderscheidde.

Wat open is, wordt begrensd. Wat een continuüm is, wordt van elkaar gescheiden. Wat complementair is in verhouding tot elkaar wordt oppositioneel. Wat in relatie staat wordt in zichzelf.

 

Ø  De mens in zijn ‘total environment’. Daar vormden de natuur, religiositeit en rituelen, het economische bestaan en de mobi­li­teit van leven een inclusief milieu, een continuüm van betekenissen en activiteiten. Toen was een landschap een sociale constructie van betekenissen die verleden, heden en toekomst verbonden. Het was een mytho­logische constructie van symbolen.

 

Ø  Het monotheïsme positioneerde zichzelf tegenover het totemisme, het animisme, het antropomorfisme, tegenover de mythologieën van de Grieken, de Noren, Kelten en Romeinen. Cyclische, niet gecentreerde religiositeit werd daardoor lineair. Door die ene god, die hiërarchisch boven al het leven is gesteld, door die oppositionele relatie tussen goed en kwaad en de morele definiëring ervan.

Dionysus tegenover de gekruisigde, de druïde en sjamaan tegenover de priester en de dominee.

 

Ø    Het woord van de Ongees voor socialisatie is 'elekolake', wat iets-beweeglijk-maken betekent. In de taal van de Navajo's bestaan geen zelfstandige naam­woorden, maar worden 'objecten' alleen beschreven in relatie tot tijd en ruimte, als in beweging zijnde.

 

Ø  Dat lijkt ook zo fixatief bepaalt: dat steeds meer publiek domein onder controle wordt gebracht, onder bewaking en sur­veillance. Al die camera's in de bussen en trams, op stati­ons, op pleinen, al die stadswachten, buurtconciërges, al die parkeer­beheerders. Een samenleving als een Panopticum, waar de bur­ger en z'n schaduw zo mogelijk perma­nent zichtbaar moet. Om zogenaamd zijn veiligheid te kunnen garanderen, maar vooral om hem te kunnen volgen en te controleren. 

 

En dan kom je thuis, zet je de computer aan en bel je met je mobiele telefoon. Een andersoortig Panopticum. Nergens ter wereld worden zoveel burgers legaal afgetapt als in Nederland. In Nederland moeten compu­ters en communicatienetwerken, op grond van wetgeving, aftapbaar zijn. Zo wordt ook ons privé domein onder bewa­king en controle gebracht. En straks het rekening rijden. Daarmee wordt ook onze mobiliteit zichtbaar gemaakt en tot object gemaakt voor mogelijke bewaking en controle.

 

En we werken er aan mee, vrij­willig, in consensus. We willen toch met z'n allen die maakbare samenleving, dat maakbare leven, die controle over onze eigen levens, de mogelijkheid om doelbewust, gecontroleerde en con­trolerende keuzes te maken. Ons eigen leven, alle facetten van ons bestaan, als object voor eigen bewaking- en controle doeleinden.

 

Het zou interessant zijn de ontwikkelingen op het gebied van de wetenschap, de moraal, de technologie en geschiedenissen als die van de religiositeit te bezien in het perspectief van de veronderstelling dat de toename van de maakbaarheid van de samenleving 10.000 jaar geleden is ingezet en dat het lineaire en de fixatieve bepaaldheid ervan uiteindelijk zal leiden tot een samenleving die volledig maakbaar is, die volledig contro­leerbaar is.

 

Om die reden is er in Amerika intensief, verreikend onderzoek gaande naar op welke wijze de mensheid, verwijdert van de aarde, elders een bestaan zou kunnen vinden.

Nu al als mensheid onttrokken aan de natuur zelf, in een proces om ons zo veel mogelijk te onttrekken aan onze natuurlij­ke omgeving en uiteindelijk aan de aarde zelf. Hoe ver reikt het lineaire in z'n consequenties!

 

Ø  De eenvormigheid en de vormeloosheid van het moderne land­schap zijn volgens de Franse filosoof Michel Serres het gevolg van het verdwijnen van de overgangen en de contrasten in het landschap. Het landschap wordt volgens hem niet meer geken­merkt door de geheimzinnige verhouding tussen openheid en geslotenheid. "Het ordeningsprincipe dat de inrichting van het landschap bepaalt is dat van de lineairiteit. De cartesiaanse methode van de-rechte-weg".

En vervolgens laten onderzoeken zien, dat, ondanks het feit dat er steeds meer beschermde gebieden komen, de variëteit van bloemen, planten en dieren in Nederland achter­uit gaat.

 

Ø  Het lineaire van de bedevaart naar Rome, Jeruzalem, Mekka, tegenover het cyclische van de Walka­bout van de Aboriginals, van de Jilla van de Gabbra's.

 

Ø  “De Eurocentrische perceptie van een heilige plaats is een architectonische    structuur. Voor de Aborigines in Australië is dat de ‘totaliteit van het landschap’: de aarde, rotsformaties, bomen, vlaktes, bergen, insecten, dieren en ook de mens zelf”.

De Aborigines hebben alle aspecten van het leven, alles wat tot het leven behoort  inclusief gemaakt aan hun Dreaming, hun scheppingsmythologie. De verschillen tussen die aspecten worden gezien als delen van een totaliteit van leven. Ze hebben aan hun Dreaming alles inclusief gemaakt, ook henzelf.

 

“Aan het einde van de Dreaming periode verdwenen the Sky Heroes en lieten in hun plaats verpersoonlijkte handtekeningen achter in de gedaante van topografische herkenningspunten, contour variaties, bomen, dieren. Van alle manifestaties van leven op aarde”.

Voor de Aborigines is er een integraal verband tussen het behoud van alle vormen van leven en het eigen welbevinden als mensen.

De monotheïstisch god stelde echter de mens boven de natuur, verbond haar onderwerping aan ons welbevinden.

De onderwerping van de natuur kon alleen plaatsvinden, nadat de scheiding tussen cultuur en het sacrale aan de ene kant en de natuur, c.q. het landschap aan de andere kant tot stand was gebracht. Een specifieke verhouding met het leven, de wereld, de moraal won aan gewicht en vond haar vertegenwoordiging in de teksten van de torah, de bijbel en de koran. Teksten, die het gesettelde leven vertegenwoordigen, het stadsleven, met de elites rond de tempel en het paleis, het lineaire godsbeeld, dat in zichzelf bestaat, zich scheidt.

 

Ø  Je kunt niet cyclisch leven in een lineair geordende samen­le­ving. De ontsnapping als voorwaarde voor het grote zwerven kan in het lineaire geen gestalte krijgen. Net zo min als de breuk met het lineaire in het lineaire zelf. De ontsnapping als herinte­gratie in het lineaire is in die omstandigheid een vorm van therapie, waarmee een nieuwe, schijnbaar meer adequate overle­vings­strategie verworven wordt. Een nieuw, schijnbaar beter geluk.

 

Ø  De oriëntatie van het zelf op het lineaire van het vooruit­gangsdenken, de materiële welvaart, de economische bepaald­heid, de individualiteit, op het centrum als punt van identiteit, waarheid, het huis, het beroep, het fixatieve in het zijn.

 

Of de oriëntatie van het zelf op het cyclische, het collec­tieve, de gemeenschap, op verlangen en verlangenproductie, op de ontsnapping, het grote zwerven, het continuüm van het worden.

 

Ø  Het wordt tijd voor een Nomadologisch Manifest, waarin nomadologi­sch denken het lineaire ontmaskert in haar fixatieve gevolgen voor de non-lineaire, cyclische mobiliteit van leven.

 

Ø  Waar cyclisch te leven in een lineaire samenleving? In het tijde­lijke van wonen en werken. In het project, de fase. Werk en/of vrije tijd is groei, is gestalte van verlangen, van moed en levenskracht. Je neemt geen deel aan een macht- of verzetspraktijk of aan waarheidsproductie. Je negeert reli­gie, ideologie, politiek en elk moraal die meer wil zijn dan tijdelijk en beperkt. Je stemt niet, bent geen deel van een beweging. Je bent een vaandeldrager van dat het leven zich kenmerkt door verscheidenheid, beweeglijkheid en ordeloosheid, van dat verschillen zich laten zien in com­plementaire, symbiotische verhoudingen en niet in oppositione­le. Je bent tegen de globalisering van wat dan ook, ook tegen die van 'de universele rechten van de mens'.

 

Ø  Ik behoor tot de vlucht van de vogels die ik zag; tot de stroming van de rivieren waarop ik voer; tot de afdruk van de voetstappen die ik achterliet, waar ook op de wereld, waar dan ook in mij.

 

Ø  Als de natuur in haar oorspronkelijkheid, in haar opbouw van miljoenen jaren eenmaal kunstmatig, dat wil zeggen op een niet intrinsieke  manier is aangetast, kan ze in haar oorspronkelijkheid nooit meer worden hersteld. Ook niet door natuurparken, beschermde vogelgebieden, dierentuinen, themaparken, dierendag door eco producten van biologische boerderijen door ontsnippering van de Veluwe of een Ecologische Hoofdstructuur.

 

Ø  Orale tradities worden gekenmerkt door het opnieuw en opnieuw vertellen van  verhalen.  Als er geen geschreven taal bestaat, alleen dan speelt het geheugen in de vertellingen de belangrijkste rol. Elke orale cultuur kent haar technieken om te herinneren. De herhaling is er één van.

 

Het lineaire wordt niet gekenmerkt door herhaling, wel door een opeenvolgend patroon van veranderingen, van oorzaak en gevolg. Uit het één komt het andere voort in evolutionaire zin, niets herhaald zich.

Het cyclische daarentegen wordt wel door herhaling gekenmerkt. Het is er zelfs voorwaardelijk aan. Het cyclische kan niet cyclisch zijn zonder de herhaling, zonder het continuüm van de herhaling.

 

Een mondelinge overdracht van de cultuur, van kennis over het landschap, planten, dieren, van ervaringsgegevens, van mythes en rituelen, van de geschiedenis van het volk, kan, zonder geschreven taal, alleen plaatsvinden in een cyclische dominantie van herinnering, van herhaling. Het geheugen moet gedeeld worden om het continuüm van leven, van het bestaan te waarborgen.

 

In het geheugen wordt niets als op-zich herinnert, daar leeft elke herinnering in een context van associaties met  andere herinneringen. Daar is niets gefixeerd: het associatieve is altijd beweeglijk, is cyclisch, omdat het geheugen altijd de herhaling wil.

 

De vooronderstelling lijkt op z’n plaats dat de geschreven taal het lineaire in z’n werking heeft versterkt. Vooral daar vindt het vaste grond onder de voeten, verankerd het zich. De geschreven taal is een representatie van het lineaire, zoals het orale een representatie van het cyclische is.

Het orale is voor het lineaire veel te vluchtig, het ontsnapt te veel aan wat het denkt in zichzelf te moeten ordenen en fixeren aan waarheid, werkelijkheid, aan mens- en wereldbeeld.

 

Ø  Reizen als ook spirituele ervaring heeft altijd al bestaan. De Aborigines doen het  al  duizenden jaren, omdat ze vinden, dat een beter bewust zijn van jezelf kan inspireren tot een beter begrijpen van de natuur. Daarom is hun Dream Journey cyclisch, verbonden met de seizoenen, met terugkerende rituelen en is het ook een tijdelijke terugkeer naar hun plek van oorsprong.

 

Ø  Voor hedendaagse pelgrims geldt dit niet. Hun pelgrimsroute is lineair, voert naar Rome, Assisi, Mekka of Jeruzalem, vindt daar een eindpunt, een vervulling. Die reis is niet verbonden met het natuurlijk milieu van het landschap waar doorheen wordt gelopen, niet met de seizoenen van onderweg. Die reis is verbonden met de wereld in henzelf in de lineaire verhouding tot hun god of profeet.

 

Ø  Worden werd zijn, in identiteit, beroep, positie, ras, stam, natio­naliteit, ge­loof.

 

Ø  'Levellingsmechanism', bedoeld om ge­lijkheid te be­werkstel­ligen in het collectieve van de sociale samenhang werden geheroriën­teerd op status, op leiderschap, op disci­pline, gezag, op gehoor­zaamheid, op machts- en verzetspraktijken, op hiërarchie.

 

Ø  Een landschap was een sociale constructie van betekenissen die verleden, heden en toekomst verbonden. Het was een mytho­logische constructie van symbolen. De natuur was inclusief aan ons economisch bestaan, aan onze gezondheid. Onze spirituali­teit vond er z’n oriëntatie.

 

Ø  In het lineaire staat ons leven buiten de natuur, sterker nog: heeft onze cultuur er een oppositionele relatie mee. We leven in een permanent verschil van vijandigheid met de natuur. We sluiten haar uit ons direct leefmilieu en vervolgens op in de begrenzing van onze tuinen, van natuurmonu­menten en in begrensde wetenschapsdisciplines.

 

WelkomEigen tekstenNomadologieContactLinks